Het profielwerkstuk, hoe pak je dat nou eigenlijk aan? In acht stappen helpen we je op weg en geven we je handige tips.
Terug
Voorwoord

Het profielwerkstuk, hoe pak je dat nou eigenlijk aan? In acht stappen helpen we je op weg en geven we je handige tips. 

Want hoe bepaal je nou een onderwerp? We geven je graag wat inspiratie! Vervolgens lopen we samen met jou de vaste onderdelen van een PWS door. Waar moet je eigenlijk op letten als je je onderzoeksvragen opstelt? We laten zien hoe een plan van aanpak je kan helpen bij je PWS. We vertellen iets over de verschillende manieren van onderzoek  en waar je op moet letten als het om bronnen gaat. Tot slot wat tips over hoe je dit alles uitwerkt in je verslag. En dan is er natuurlijk nog de presentatie!

Het onderwerp
Stap 1
Hoe bepaal je het onderwerp van je PWS? Kijk hier voor nuttige tips.
Je onderzoeksvraag
Stap 2
Het formuleren van goede hoofd- en deelvragen is nog best lastig. Wij geven tips!
Het Plan van Aanpak
Stap 3
Een goed Plan van Aanpak geeft houvast bij het maken van je PWS. Kijk hier hoe je dit opstelt.
PWS-onderdelen
Stap 4
Het is handig om voor je werkstuk een vaste opbouw te volgen. Lees hier meer over de onderdelen waar je PWS uit moet bestaan.
Onderzoeksmethoden
Stap 5
Onderzoek kan op allerlei manieren. Gewoon achter je laptop, of door de straat op te gaan. Bekijk hier welke methode het beste bij jouw onderzoeksvraag past.
Bronnenonderzoek
Stap 6
Waar vind je de informatie die je nodig hebt? En hoe bepaal je of die betrouwbaar is?
De uitwerking
Stap 7
Hier komt alles samen: je verwerkt de onderzoeksresultaten en trekt hieruit je conclusies.
Presenteren
Stap 8
Hoera! Je PWS is klaar! Bijna dan. Want je moet ‘m nog even presenteren. Hier wat tips!
Een onderwerp kiezen

Een onderwerp kiezen voor je profielwerkstuk is best lastig. Hoe vind je een interessant onderwerp dat ook binnen een van je examenvakken past? Begin eens bij jezelf. Schrijf op wat je leuk vindt, wat je bezighoudt of welke beroepen je leuk lijken. Probeer daarna een link te vinden met een van je vakken.

Klik hieronder voor voorbeelden. Bekijk ook de video waarin NHL-student Job je graag inspireert!

Terug
Hulp nodig?

Ben je nog op zoek naar een onderwerp? Of is er een bepaalde studierichting waar je met je profielwerkstuk al kennis mee wilt maken? De NHL helpt graag! Onze opleidingen en lectoraten <link onderzoekssite> houden zich bezig met boeiende onderwerpen en onderzoeken. Misschien kan een docent of student je op weg helpen. Of kun je gebruik maken van onze werkplaatsen en praktijkruimtes. Kijk hier <link landingspagina> voor meer informatie!

Terug
Snapchat

Misschien denk je dat een PWS alleen over heel serieuze onderwerpen mag gaan. Maar je kunt over elk onderwerp schrijven, zolang je maar een goede hoofdvraag formuleert. Zit jij bijvoorbeeld veel op Snapchat? Je kunt bijvoorbeeld onderzoeken hoe Snapchat als nieuwskanaal de mediawereld op zijn kop zet. Of duik in een privacyvraagstuk: gaan jongeren - die zijn opgegroeid met social media - anders om met het delen van online informatie dan volwassenen?

Terug
Dyslexie

Een onderwerp voor je PWS kan heel dicht bij jezelf liggen. Misschien heeft je broertje ADHD of ben je zelf dyslectisch. Vraag je bijvoorbeeld af waarom steeds meer mensen de diagnose ADHD lijken te krijgen. Of onderzoek hoe dyslexie eigenlijk werkt: wat gebeurt er precies in de hersenen? Ook kun je onderzoeken of digitale leermiddelen op school beter werken om kinderen met dyslexie te leren lezen dan traditionele leermethoden. 

Terug
Beyoncé

Kies een onderwerp dat jij zelf interessant vindt. Anders worden het 80 hele lange uren… Dus vind jij Beyoncé het einde, schrijf dan vooral over haar! Op haar laatste album spreekt ze zich uit over politieke kwesties, zoals politiegeweld in de VS en de positie van vrouwen. Je kunt bijvoorbeeld bekijken hoe dit het zelfbeeld van jonge meiden beïnvloedt. Of onderzoek welke veranderingen streamingdiensten - zoals Jay Z’s Tidal - teweeg hebben gebracht in de muziekindustrie. 

Terug
Robotisering

Het is ook leuk om naar de toekomst te kijken. Hoe ziet die eruit? Je hoort bijvoorbeeld weleens over de gevaren van robotisering. Robots zorgen ervoor dat banen verdwijnen en kunstmatige intelligentie is eng. Maar is dat wel zo? Misschien leveren technologische ontwikkelingen juist meer (of andere) banen op. Of kun je robots inzetten in de ouderenzorg waardoor bejaarden zich minder eenzaam voelen. En zijn zelfrijdende auto's eigenlijk wel beter voor het milieu?

Terug
Meer inspiratie

Ben je nog op zoek naar een onderwerp? Of is er een bepaalde studierichting waar je met je profielwerkstuk al kennis mee wilt maken? Neem een kijkje op de NHL-site: onze opleidingenlectoraten en kenniscentra houden zich bezig met boeiende onderwerpen en onderzoeken. Misschien kun je hier inspiratie opdoen!

Je onderzoeksvragen

Nu je een onderwerp voor je profielwerkstuk hebt, is het tijd om een hoofdvraag te formuleren. Dit is de belangrijkste vraag die je wilt beantwoorden in je werkstuk.

De hoofdvraag is vaak te groot om eenvoudig te kunnen beantwoorden. Daarom knip je je onderzoeksvraag op in deelvragen. Dit zijn vragen die elk een stukje van je hoofdvraag beantwoorden. De hoofd- en deelvragen vormen samen je onderzoeksvragen. Je kunt mogelijk ook een hypothese toevoegen. Dit is een stelling of een voorspelling over de uitkomst van je onderzoek. 

Terug
Hoe bepaal je je onderzoeksvragen?

Hoe weet je of jouw onderzoeksvraag geschikt is? Het is slim om je eerst een beetje in te lezen. Kijk op internet hoeveel en welke informatie je over je onderwerp kunt vinden en formuleer dan in je hoofd alvast een voorlopige hoofdvraag. Zo kun je inschatten wat je nodig hebt om deze vraag te kunnen beantwoorden. Later kun je de vraag altijd nog bijstellen.

Bedenk zowel bij je hoofdvraag als bij je deelvragen ook wat voor soort vraag je wilt stellen: een beschrijvende, verklarende, analyserende of een evaluatieve vraag? Onderzoeksvragen moeten trouwens altijd open zijn. Als je ze kunt beantwoorden met ‘ja’ of  ‘nee’, zijn ze niet geschikt! 

Terug
Wat is een goede hoofdvraag?

Een hoofdvraag moet zo concreet mogelijk zijn. Je kunt dit toetsen door de vraag alvast in je hoofd te beantwoorden. Is hij te algemeen, dan is hij bijna niet te beantwoorden omdat je veel te veel informatie nodig hebt. Maar let op: is het antwoord in een paar cijfers te geven? Dan is je vraag te specifiek.   

Baken je onderwerp dus goed af en benoem je onderwerp (wat), de periode die je onderzoekt (wanneer) en/of het onderzoeksgebied (waar). Je hoofdvraag moet ook eenduidig zijn. Dat wil zeggen dat hij maar op één manier uit te leggen is. Houd ook rekening met de haalbaarheid: is je vraag te onderzoeken binnen de tijd (80 uur) en met de middelen die je hebt?

Terug
Waarom heb je deelvragen nodig?

Om je hoofdvraag te beantwoorden formuleer je verschillende deelvragen. Je deelvragen helpen je structuur aan te brengen in je onderzoek. Bovendien verkleinen deelvragen de kans dat je iets over het hoofd ziet. Maak bijvoorbeeld een mindmap en zet alles wat je te binnen schiet als je aan je onderwerp denkt op een velletje papier. Elke deelvraag levert een bijdrage aan je hoofdvraag. Stel dus geen vragen die niet nodig zijn.

Deelvragen zijn minder complex dan je hoofdvraag, maar voldoen wel aan dezelfde eisen. Zet ze in een logische volgorde, zodat ze samen een doorlopend verhaal opleveren. Zet ze bijvoorbeeld chronologisch (in de tijd) neer, of bouw op in diepgang.  

Terug
Soorten onderzoeksvragen

Er bestaan verschillende soorten onderzoeksvragen.

Stel je een beschrijvende vraag, dan breng je iets in kaart: je beschrijft in je PWS een situatie, gebeurtenis of ontwikkeling. Stel je een verklarende of analyserende vraag, dan ga je op zoek naar de oorzaken, processen of gevolgen van een gebeurtenis of ontwikkeling. Vaak begint deze vraag met ‘waarom’. Een 'waarom'-vraag is niet heel geschikt als hoofdvraag, omdat dit vaak niet specifiek genoeg is. Met een vergelijkende vraag kijk je naar de verschillen of overeenkomsten tussen twee zaken. Tot slot een evaluatieve vraag: hiermee evalueer je een bepaald onderwerp. Je stelt de waarde van iets vast, geeft iets betekenis of een oordeel. 

Terug
Een paar voorbeelden

Een goede onderzoeksvraag bevat dus altijd 3 of 4 aspecten om hem goed af te bakenen: Wat? Wanneer? Waar? Wie? 

Een paar voorbeelden:

Hoe kunnen social media ingezet worden om burgerparticipatie bij de politie te vergroten?

Welke gevolgen heeft de vergrijzing in Nederland voor de werkgelegenheid?

Wat zijn de beste manieren om Nederlanders bewust te maken van gezonde voeding?

 


Hoe maak je een
Plan van Aanpak?

Yes! Je hebt eindelijk je onderzoeksvragen bepaald. Dat was best een lastige klus. Het is handig om nu een Plan van Aanpak te maken (PvA). Hierin zet je je vragen, je onderzoeksopzet (zie ook Stap 5), een planning en eventueel een taakverdeling en logboek. Gebruik het plan als houvast bij je onderzoek. Check de video als je wilt weten hoe je een goede planning maakt.

Bekijk de video!
Terug

Ipv dit vlak moet er beeldvullend een video invliegen. 

PWS-onderdelen

Nu je Plan van Aanpak er ligt kun je echt aan de slag. De volgende stap is om alvast de onderdelen van je profielwerkstuk in kaart te brengen. Gelukkig staat de opbouw min of meer vast: een PWS opent met een inleiding, inhoudsopgave en samenvatting. Daarna behandel in de hoofdstukken je onderzoeksopzet, deelvragen en onderzoeksresultaten. Tenslotte trek je je conclusie(s) in het laatste hoofdstuk. Je sluit af met de literatuurlijst en de bijlagen.   

Terug
Inleiding

In de inleiding beschrijf je het onderwerp van je profielwerkstuk en leg je uit hoe je PWS is opgebouwd. Je vertelt wat je hoofdvraag en je deelvragen zijn en hoe je je onderzoek hebt uitgevoerd. Hier vertel je ook kort waarom je voor bepaalde onderzoeksmethoden hebt gekozen. Je kondigt aan dat je in de hoofdstukken je onderzoeksvragen beantwoordt en dat de resultaten in een conclusie verwoord zijn. Let op: in je inleiding staan géén onderzoeksresultaten!

Terug
Inhoudsopgave

In de inhoudsopgave staan alle onderdelen van het profielwerkstuk genoemd: van de inleiding tot de literatuurlijst. Ook benoem je hier de bijlagen. Elk hoofdstuk geef je een titel en een nummer, en ook alle onderliggende (sub)paragraven worden genummerd. Achter elk onderdeel zet je het paginanummer waarop het hoofdstuk of de paragraaf begint.

Terug
Samenvatting

In de samenvatting staan de belangrijkste zaken van je onderzoek beschreven. Het is eigenlijk een soort PWS in het klein. Maak er een mooi samenhangend verhaal van. Je zet er de belangrijkste onderzoeksresultaten in, dus bijvoorbeeld de dingen die overeenkwamen met je verwachtingen en de resultaten die je juist niet verwacht had. Ook beschrijf je hier wat je conclusie is. 

Terug
Hoofdstukken

De hoofdstukken vormen samen de inhoud van je profielwerkstuk. Het is handig om in elk hoofdstuk een deelvraag te beantwoorden. Eindig met je conclusies. Zo werk je heel gestructureerd je onderzoeksvragen door. Zorg voor samenhang in de tekst door logische overgangen en verwijzingen, zodat je met een doorlopend verhaal naar je conclusie toewerkt. En check deze handige schrijftips van het Rijksmuseum - zo schrijf jij een prettig leesbaar verslag!

Terug
Literatuurlijst

De literatuurlijst geeft een alfabetisch overzicht van de informatiebronnen die je gebruikt hebt. Een boek bijvoorbeeld geef je vaak zo weer: naam auteur - voorletters – titel - (uitgeverij, plaats van uitgave, jaar van uitgave, gebruikte delen of pagina's). Vraag je begeleider op welke manier hij/zij de bronvermelding graag ziet.

Let op, als je teksten of formuleringen overneemt zonder bronvermelding, pleeg je plagiaat!

Terug
Bijlagen

Je hoeft onderzoeksmateriaal dat van belang is voor het goed begrijpen van de tekst, of waar je naar verwijst in je PWS, niet allemaal in je teksten te verwerken. Voeg het in plaats daarvan als bijlage toe aan je verslag. Denk aan bijvoorbeeld tabellen of grafieken uit je onderzoek, je enquêtevragen en de antwoorden van de respondenten, een begrippenlijst of een logboek. Voorzie iedere bijlage van een nummer, een bronvermelding en zo nodig een korte uitleg. 

Interview
Terug
Het interview (kwalitatief)

Tijdens een interview stel je in een persoonlijk gesprek gericht vragen aan iemand. Je gebruikt interviews om achter (persoonlijke) meningen, behoeften en motivaties te komen. Stel altijd open vragen. Neem het gesprek op met je telefoon of schrijf tijdens het interview steekwoorden op zodat je alles onthoudt. Vraag hiervoor altijd eerst toestemming aan degene die je interviewt! 

De resultaten van interviews zijn niet statistisch representatief, maar geven een indicatie van wat er leeft bij deze groep.

Observatie
Terug
Observatie (kwalitatief)

Observeren doe je met je ogen en oren, je neemt dus dingen of gedrag waar. Je oefent er zelf geen invloed op uit. Ga bijvoorbeeld met je hond naar het park. Wat doet hij allemaal? Wanneer blaft hij? Welk gedrag laat hij zien als hij een andere hond tegenkomt? Je zegt of doet zelf helemaal niets, je kijkt en luistert alleen en registreert.

Dit kun je ook doen bij mensen. Je kunt bijvoorbeeld observeren hoeveel fietsers op een kruispunt door rood rijden. Of bekijken hoe mensen zich gedragen als ze in de supermarkt in een lange rij staan te wachten.

Enquête
Terug
Enquête (kwantitatief)

Marktonderzoek doe je vaak via een enquête - deze methode is geschikt om een grote groep mensen te ondervragen. Je krijgt dan statistisch de meest betrouwbare en representatieve uitslag. Je kunt bijvoorbeeld naar hun gedrag vragen: Hoe vaak gebruikt u Facebook per dag? Of naar hun voorkeuren: Welke social media gebruikt u het meest?

Je kunt een enquête telefonisch, face-to-face, schriftelijk of online afnemen. Met online-programma’s zoals SurveyMonkey kun je direct tabellen en grafieken laten maken van jouw onderzoeksresultaten. 

Experiment
Terug
Experiment (kwantitatief)

Er zijn twee soorten experimenten: natuurwetenschappelijk (proefjes in een laboratorium) en sociaal-wetenschappelijk (gedrag van mensen).

Een voorbeeld van de eerste is bijvoorbeeld als je test wat de invloed van wifi-straling is op de groei van een plant. Een voorbeeld van een sociaalwetenschappelijk experiment is als je test of mensen na het zien van gewelddadige filmpjes anders reageren op foto’s van  boze mensen dan de proefpersonen die daarvoor een natuurfilmpje hebben bekeken. 

Bronnenonderzoek

Om je onderzoeksvragen te beantwoorden moet je op zoek naar informatie. Je kunt de informatie die je nodig hebt online opzoeken, maar je kunt ook de boeken induiken of artikelen in kranten en tijdschriften als bron gebruiken. Maar hoe vind je tussen de bomen het bos? En hoe weet je eigenlijk of de informatie die je hebt gevonden betrouwbaar is? 

In de video vertelt NHL-student Anna Dora je meer over literatuuronderzoek. Check ook de andere tips hieronder.  

Terug
Schrijftips

Het schrijven van een verslag is een proces: je schrijft een stukje, je leest het terug, eventueel verbeter of verander je het en je schrijft weer verder. Lees je hele verslag als je klaar bent nog een keer goed door en haal de laatste schrijf- en spelfouten eruit. Laat je PWS ook door iemand anders lezen. Een frisse blik kan waardevolle tips opleveren. Natuurlijk is de inhoud het belangrijkste, maar je wilt natuurlijk ook dat je PWS leuk is om te lezen. Het Rijksmuseum geeft goede schrijftips

Terug
Bepaal je zoektermen

Als je op zoek gaat naar informatie, verzamel dan eerst zo veel mogelijk trefwoorden rond je onderwerp. Bedenk synoniemen, gerelateerde woorden en Engelse termen. Noteer ook welke auteurs of organisaties je tegenkomt tijdens je zoektocht op het internet of in de mediatheek en kijk welke woorden zij gebruiken. Bekijk vooral ook artikelen of websites waar zij naar verwijzen. 

Terug
Kies je bronnen

Natuurlijk is er ontzettend veel informatie te vinden op het internet - Google is your friend -  maar vergeet ook de mediatheek en de openbare bibliotheek niet! Zoek boeken en vaktijdschriften en snuffel rond in documentatiemappen, knipselkranten en naslagwerken. Het probleem is vaak niet dat er te weinig informatie te vinden is, maar juist te veel. Houd daarom steeds je onderzoeksvragen in het achterhoofd en stel jezelf continu de vraag: heb ik deze informatie wel nodig?

Terug
Betrouwbaarheid

Niet alle bronnen die je vindt bevatten juiste of objectieve informatie. Wie is de auteur? Is hij/zij een expert? Verwijst hij zelf naar zelfgebruikte bronnen? Is de afzender een betrouwbare instelling, zoals een hogeschool? Dan zit het vaak wel goed. Kijk naar het doel van een tekst: een commerciële tekst van een bedrijf geeft vaak eenzijdige informatie. Zoek ook uit of een tekst niet verouderd is, er kunnen nieuwe inzichten zijn. En: één bron is geen bron! 

Terug
Wikipedia

Wikipedia is een prima online encyclopedie, waarin informatie over heel veel onderwerpen te vinden is. Maar realiseer je dat iedereen een account kan creëren en zijn eigen informatie kan toevoegen. De betrouwbaarheid van de informatie is dus niet altijd duidelijk. Je kunt Wikipedia daarom het beste gebruiken om kennis op te doen, en door de genoemde referenties naar andere bronnen te gebruiken voor je eigen, verdere onderzoek. 

Terug
Schrijftips

Het schrijven van een werkstuk is een proces: je schrijft een stukje, je leest het terug, verbetert het eventueel en je schrijft weer verder. Lees je hele werkstuk als je klaar bent nog een keer goed door en haal de laatste schrijf- en spelfouten eruit.

En alhoewel de inhoud natuurlijk het belangrijkste is, wil je uiteraard ook dat je PWS leuk is om te lezen. Het Rijksmuseum geeft goede schrijftips

Resultaten
Terug
Onderzoeksresultaten

Je beantwoordt je deelvragen met behulp van de resultaten uit literatuuronderzoek, kwalitatief en/of kwantitatief onderzoek. Bij kwalitatieve resultaten (interviews en/of observatie) analyseer je uitspraken, gedrag en artikelen uit verzamelde bronnen. Beschrijf per deelvraag de meest relevante en belangrijke uitspraken of gedragingen. Bij kwantitatieve resultaten (uit enquêtes en/of experimenten) heb je cijfermatige gegevens verzameld. Bespreek de uitkomsten, gemiddelden en metingen die bij elke deelvraag relevant zijn om deze te beantwoorden. Om je resultaten te ondersteunen kun je grafieken, tabellen of taartdiagrammen inzetten. Of maak een infographic: een informatieve illustratie waarin je tekst en beeld aan de hand van cijfers combineert.

 

Conclusies
Terug
Conclusies

Nu je je deelvragen beantwoord hebt, kun je je eindconclusies trekken, oftewel je hoofdvraag beantwoorden. Verwerk je conclusies in een apart hoofdstuk. In de vorige hoofdstukken heb je per deelvraag al een korte conclusie gegeven van maximaal één tot twee regels lang. Je ging daar nog niet in op de betekenis van je conclusie voor het antwoord op de hoofdvraag. In je eindconclusiehoofdstuk herhaal je je hoofdvraag en je eventuele hypothese en breng je alles samen. Formuleer je conclusies zo objectief mogelijk: iedereen zou op basis van jouw onderzoek tot dezelfde conclusies moeten komen. 

Je onderzoek presenteren

Alles is klaar. Voor je ligt een prachtig werkstuk over een interessant onderwerp. Compleet uitgewerkt en voorzien van prikkelende conclusies. Alles onderbouwd met inhoudelijk onderzoek, betrouwbare bronnen en een perfecte literatuurlijst. Dan volgt de laatste, misschien wel de meest spannende stap: de presentatie.

Klik hieronder voor tips en bekijk ook de video van studente Communicatie en vlogger Wypkje!

Terug
Opbouw

Bereid je voor door goed na te denken over wat je wilt vertellen en aan wie: je doel is om je boodschap duidelijk over te brengen. Breng een rode draad aan in je verhaal, zodat je presentatie soepel loopt en interessant is om naar te luisteren. Bedenk ook wie je publiek is en stem je presentatie op hen af. Een goede presentatie heeft een inleiding, een kern en een afsluiting. Vergeet niet na afloopt van je presentatie je publiek te bedanken voor de aandacht! 

Terug
Opbouw

Bereid je voor door goed na te denken over wat je wilt vertellen en aan wie: je doel is om je boodschap duidelijk over te brengen. Breng een rode draad aan in je verhaal, zodat je presentatie soepel loopt en interessant is om naar te luisteren. Bedenk ook wie je publiek is en stem je presentatie op hen af. Een goede presentatie heeft een inleiding, een kern en een afsluiting. Vergeet niet na afloopt van je presentatie je publiek te bedanken voor de aandacht! 

Terug
Middelen

Je kunt je PWS natuurlijk presenteren met behulp van PowerPoint of Prezi, maar er zijn veel meer mogelijkheden. Doe bijvoorbeeld je presentatie aan de hand van een infographic, een fotocollage, een eigengemaakte video of website. Wees creatief! Door alternatieve manieren van presenteren te kiezen, trek je direct de aandacht van je publiek. Vraag wel aan je begeleider of school speciale eisen aan de presentatie stelt.

Terug
Oefenen

Het is belangrijk om je presentatie van tevoren te oefenen. Probeer je verhaal uit je hoofd te leren en let erop dat je binnen de tijd klaar bent, maar ook niet te snel gaat. Schrijf alleen steekwoorden op, om te voorkomen dat je het hele verhaal gaat voorlezen. Presenteer je je PWS samen met anderen, maak dan een verdeling en stem af wie wat gaat vertellen en oefen met elkaar. 

NHL

NHL Hogeschool. Vergroot je perspectief.

NHL Magazine

Draai je scherm